Maastricht

VAN SCHITTEREN IN DE SCHADUW NAAR EXCELLEREN IN DE ZON

Analyse van 10 jaar management in een Riagg in Zuid-Limburg

Tekst: Theresia Bernet & drs. Dirck van Bekkum bureau Moira CTT Utrecht

Samenvatting
Het aantreden van een vrouw betekende naast de reguliere aspecten in managementstijl, ook specifieke kleuring aan veranderingen binnen een Riagg. Een daarvan is mogen en durven excelleren, ruimte nemen, als professional. Toen zij in dienst trad heerste de ‘autonome professional’ nog in veel GGz instellingen in Nederland. Extreem geformuleerd zag die er alsvolgt uit: ‘Wij maken hier de dienst uit. Niet de klant!’
Dit is niet slechts negatief bedoeld. In de Riagg heerste vanaf de oprichting in 1985 een prima klimaat om vernieuwende therapieën, methodieken en werkwijzen te ontwikkelen. De achterkant van dit proces was dat veel medewerkers een eigen domein in de organisatie afgebakend hadden waar weinig zicht, controle en sturing op mogelijk was. Dit is niet ongewoon voor Riaggs. Vaker is gezegd dat veel professionals in Riaggs eilanden vormen die weinig van elkaar weten. Dat geldt binnen afdelingen en in sterkere mate tussen afdelingen. Vanaf haar aanstelling in 1995 heeft Elisa Carter deze autonomie van professionals herkend en erkend. Én de negatieve kanten ervan (niet transparant en niet verantwoordbaar) in vele interventies aan de orde gesteld. Haar positieve uitdaging was zijzelf als persoon. Ambitieus, sterk, transparant en bereikbaar. In interviews hoorden de auteurs op verschillende plekken in organisatie naast de kritiek ook dat Elisa ervoor had gezorgd dat zij als hulpverleners en ondersteunende medewerkers ‘uit hun schulp’ kwamen. En niet alleen na de pijnlijke periode voor haar komst van Elisa. Zij zien ongeacht wat er speelde wat zij wilde bereiken en ging daarvoor ook waar nodig de confrontatie aan.
Het is niet eenvoudig in Nederland (als professional) te schitteren in de zon. Je wordt geacht te schitteren in de schaduw. Overal waar je dit onderwerp in non-profitorganisaties bespreekt krijg een leuke discussie die niet zelden eindigt met de raad: ‘Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg’. In media wordt dit aspect van de Nederlandse identiteit gelukkig steeds meer bespreekbaar. Voor wie scherp cultuursensitief observeert komt regelmatig uitspraken tegen zoals: ‘…als je je hoofd hier boven het maaiveld uitsteekt wordt je kop eraf gehakt..’ of ‘.. iedereen is hier gelijk en het is niet nodig je nadrukkelijk op de voorgrond de plaatsen…’ Dat voor iedere Nederlander herkenbare patroon bevond zich tot voor enkele decennia geleden buiten onze publieke ‘culturele waarnemingsvermogen’. De antropoloog Edward T. Hall schreef een prachtig boekje over de ‘culturele blindheid’ van leden van een cultuur voor hun eigen vanzelfsprekende gedrag. (1976) Veel van wat wij Nederlanders dagelijks doen en denken behoort volgens hem tot de ‘hidden dimension’ van cultuur. Die blindheid is direct verbonden met collectieve eenkennigheid of zoals antropologen zeggen ‘etnocentrisme’.
Bij etnocentrisme hoort niet alleen ‘culturele blindheid’ voor de ‘vreemde’ eigen gedrag. Etnocentrisch gedrag is namelijk ook is een noodzakelijke voorwaarde om (collectieve) eigenheid te bewaren. Voor het vreemde, afwijkende, moeilijke gedrag van migranten (niet zelden in neerbuigend perspectief) is wel oog en plaats in het dominante vertoog in de media. Het feit dat Nederlanders meer over hun collectieve gedrag en identiteit nadenken komt niet uit de lucht vallen. De eigen bevolkingsgroei (met 60%), individualisering en secularisering de laatste 50 jaar in Nederland vraagt om heroriëntatie wie wij zijn als individuen. De existentiële vragen nemen toe ook in de GGZ. Daarnaast dwong de enorme instroom van ex-koloniale en arbeidsmigranten in die zelfde periode ons tot nadenken wie wij zijn als Nederlanders. De escalering van interculturele (interreligieuze) spanningen de laatste 5 jaar in Nederland maakt de collectieve identiteitsvraag nog indringender. Ook in deze Riagg organisatie.

Collectieve zelfreflectie is niet op de laatste plaats geactiveerd door burgers met een migratieachtergrond die uit culturen komen waar mannen en vrouwen wel mogen schitteren in de zon. Door autochtone Nederlanders wordt excelleren in de zon vaak waargenomen (in negatieve termen) als overdreven, machogedrag en geldingsdrang. Ook wordt niet zelden de andere kant opgekeken of is er heimelijke bewondering voor mooie kleding, expressieve haardracht, assertiviteit en felle discussie.
Individuele zelfreflectie is een deel van de professionaliteit van hulpverleners. Collectieve zelfreflectie staat als professionele expertise nog in de kinderschoenen. De aanwezigheid van Elisa Carter als vreemde eend in de Limburgse bijt (de beeldspraak heeft betrekking op een wak in het ijs) maakte de Limburgse variant van schitteren in de schaduw voelbaar. De Limburgse klei is anders dan de Hollandse, de Zeeuwse en de Groningse. Soms confronteerde zij. In verschillende contexten sprak zij zich in de organisatie openlijk uit over haar ambitie om te excelleren als manager van deze instelling. Dat heeft bestaande weerstanden geactiveerd en leidde tot individuele en een enkele een collectieve aanvaring.
Weerstanden en veranderen horen bij elkaar en kunnen zelfs niet zonder elkaar. Cliënten helpen hun weerstanden te overwinnen en hun beleving van zichzelf en anderen te veranderen is een kerncompetentie van hulpverleners in de GGz. Tijdens het veranderproces in deze Riagg tussen 1995 en 2005 waren de hulpverleners echter zelf voorwerp van intensieve veranderingen. En kregen zij te maken met hun eigen weerstanden tegen het opgeven van bestaande (professionele) zekerheden, vanzelfsprekendheden en belevingen.

Om die weerstanden te analyseren kunnen we onderscheid maken tussen natuurlijke (menselijke) weerstand tegen veranderen en sekse-, leeftijds-, professie-, klasse-, religie-ideologie en cultuurgebonden weerstanden. Zonder weerstand is menselijke (individuele en collectieve) identiteit niet mogelijk. Wanneer wij bereid zijn tot permanente verandering is het niet mogelijk een stabiele persoonlijkheid op te bouwen en te onderhouden. Natuurlijke weerstand tegen veranderen is een menselijke coping strategie om met psychische instabiliteit om te gaan. Zo kan bijvoorbeeld een deel van de (geestelijke) gezondheidsklachten van migranten en vluchtelingen begrepen worden als de uitkomst van ineffectief coping gedrag ten opzichte van de gevolgen van migratie. Migratie kenmerkt zich namelijk door een groot aantal veranderingen in relatief korte tijd. (van Bekkum e.a. 1996) Dus weerstand kan zowel positieve als negatieve effecten hebben afhankelijk van de context. Dit geldt zowel voor een individu als voor families, verenigingen en arbeidsorganisaties. De autonomie van professionals in de Riagg vertoonde vanuit het managementperspectief enkele nadelige aspecten. De sterke kant was dat professionals veel ruimte hadden om innovatief te werken. Maar de zwakke kant van sterke professionele autonomie was dat de werkprocessen ondoorzichtig waren en daarmee niet te monitoren en nauwelijks te sturen. Wanneer er grote noodzaak is, zoals bij deze Riagg in 1995, om meer greep te krijgen op het kostenbeheer is meer transparantie en controle van werkprocessen noodzakelijk. Die twee kanten van professionele autonomie botsen. Menselijke en professionele weerstand tegen verandering zijn per definitie vermengd en ondoorzichtig. Daarin spelen gevestigde en nieuwe belangen, sekse en leeftijd, klasse en religie/ideologie, etniciteit en nationaliteit een rol. Zonder in een onuitwarbare kluwen van loyaliteiten terecht te komen is het voor managers en leidinggevenden van belang om bij gestuurd veranderen gevoelig te zijn voor signalen en boodschappen vanuit genoemde loyaliteiten die medewerkers hebben. De spanningen en conflicten gedurende de periode van Elisa Carter kunnen indien gewenst verder geanalyseerd worden langs de lijnen van genoemde loyaliteiten. In de dagelijkse praktijk is een dergelijk overview minder nodig omdat de situatie meestal direct handelen vraagt. Culturele sensitiviteit is een noodzakelijke competentie voor een zwarte vrouwelijke manager in een witte organisatie

Over weerstanden en eventueel oud zeer naar aanleiding van die confrontaties hebben de auteurs in 2004 weinig kunnen vinden. Niet dat die er niet zijn. Uitspraken zoals ‘uit je schulp komen’ werden aangevuld met de trotse uitgesproken zinnen zoals ‘.. we mogen echt goed zijn in ons werk en daarmee naar buiten komen en …we voelen ons daarin gewaardeerd…’ In dit geval is een belangrijk instrument om professionele weerstanden te overwinnen het ´excelleren in de zon´ geweest. Kom uit de schaduw in het zonlicht was de uitnodiging, de uitdaging en soms de confrontatie.